dinsdag 10 maart 2009

Oordeel, barmhartigheid en geloof

De farizeërs en schriftgeleerden zaten in de tijd van Jezus op de stoel van Mozes. Het hanteren van de Joodse wet en het doorgeven van hun kennis in die wet was hun belangrijkste doel. Ze vergaten echter het belangrijkste dat bij hun functie als geestelijke leiders van het volk hoorde: de praktijk. Jezus vertelde hen precies wat ze vergaten te doen. Math.23:23 Wee u, gij Schriftgeleerden en Farizeën, gij geveinsden, want gij vertient de munte, en de dille, en den komijn, en gij laat na het zwaarste der wet, namelijk het oordeel, en de barmhartigheid, en het geloof. Deze dingen moest men doen, en de andere niet nalaten.

1. Het oordeel
(Oordeel = een goed- of afkeurende uitspraak die als geldig erkend wordt - Van Daele)
Soms is het nodig dat er een beslissende uitspraak wordt gedaan. Zo eentje die recht doet aan waar de situatie om vraagt. Zo'n beslissing moet mondeling uitgesproken worden voor getuigen. Voor zo'n rechtvaardig oordeel is wijsheid van God nodig, zoals we konden zien in de bekende zaak van Salomo met de 2 baby's. Beide partijen moeten worden gehoord. Wanneer een rechtvaardig oordeel uitblijft, blijft het volk vertwijfeld en onzeker achter. Het recht van de sterkste laat je dan gelden. De zwakke delft hier altijd het onderspit. De leiders zullen niet gerespecteerd worden.

2. De barmhartigheid
Het verhaal van de barmhartige Samaritaan, wiens hart bewogen wordt voor een gewonde vijand laat ons zien hoe we moeten omgaan met onze naasten, of deze nu vriend of vijand heten.
Barmhartigheid uit zich in medelijden (samen het leed dragen) en bewogenheid van het hart. Wie anders dan Jezus is hiervan het volmaakte Voorbeeld, Die al ons lijden op Zich nam. Uiteindelijk is het Gods liefde in ons hart wat tot actie dringt. Door dit gewoon te doen geven we Gods liefde door en zal Zijn zegen ons en onze naaste vullen.

3. Het geloof
We kunnen alle bijbelteksten uit het hoofd weten en de mooiste preken preken maar als al die waardevolle theorie niet uit ervaring wordt gesproken ontbreekt de zout bij de maaltijd. Dan heb je een mooi gerecht met alle nodige ingrediënten maar zonder smaak. Het geloof zonder werken van geloof is een dood geloof. Echt geloof is een praktisch geloof. Je perfect aan de regels van de wet houden betekent niet automatisch dat je dan een geloofsleven hebt wat God fijn vindt. Wat God zoekt is dat je durft stappen te nemen in je leven op basis van geloof in Hem. Je ziet nog niet wat de uitkomst zal zijn maar je vertrouwt God op Zijn Woord wat Hij je persoonlijk heeft toevertrouwd. Wat voor acties deze geloofswerken zo al kunnen zijn en tot stand brengen lezen we in Hebreeuwen 11.